zondag, februari 18, 2007

Kunstfilm 1


Voor mijn Valentijn heb ik een avondje film cadeau gekregen. We zijn gaan kijken naar Inland Empire, de nieuwste van David Lynch. Een ervaring, zoals al zijn films. Drie uur pure filmtaal, maar dan zonder plot. Er wordt geacteerd, zoveel is duidelijk. Daarbij komt vooral Laura Dern in beeld: met een angstige blik, met betraande ogen, met een stem vol waanzin, breekbaar op hoge hakken etc. Alles wordt vakkundig in beeld gebracht, min of meer zoals Hollywood het voorschrijft. Het lijkt ook echt over cinema te gaan: iemand krijgt een hoofdrol, er worden scènes ingeblikt, er is een amoureuze verwikkeling tussen acteurs. Maar alles bijeen kom je als toeschouwer toch vooral in een kwade droom terecht. En dan nog niet eens omdat er personen in konijnenpak in de film rondlopen. Het zijn eerder eenvoudige dingen die je de stuipen op het lijf jagen, bv. mensen die ronddwalen in een halfdonker huis, bezoekers die angstwekkende voorspellingen doen, voetstappen die weerklinken terwijl er niemand te zien is, criminele types die ’s nachts ronddwalen op straat e.d. Allemaal vorm die echter perfect te genieten valt zonder inhoud. Dat zit hem zo: waar films meestal worden uitgewerkt zoals een boek, beantwoorden de films van David Lynch eerder aan het concept van een schilderij. Net als bij een schilderij worden diverse beeldelementen samengesmeed tot een visueel interessant geheel dat je als kijker vooral moet aanvoelen i.p.v. het te willen verklaren. Ik was dan ook niet verbaasd toen ik in het boek Lynch on Lynch van Chris Rodley las dat Lynch ook schilderijen maakt en ooit zelfs als schilder is begonnen. Zijn huidig werk past mooi bij zijn films. Titels als Suddenly My House Became a Tree of Sores en Shadow of a Twisted Hand Across My House (foto) geven aan dat het ook in zijn schilderijen over nachtmerries gaat. Hij gebruikt heel veel zwarte verf, in zijn werken zit bijna geen kleur. Zelf zegt hij dat dit het weinige licht in zijn schilderijen beter tot zijn recht doet komen. Hetzelfde principe van juxtapositie wordt toegepast in de cinema, om een geweldscène meer impact te geven toon je bv. beter eerst een harmonisch familietafereel. Lynch doet dat soort dingen onbewust, hij zegt dat hij noch van schilderkunst noch van cinema veel afweet. Maar dat hij het allemaal wel goed aanvoelt is duidelijk. Interessant is dat hij gemengde gevoelens heeft m.b.t. het tonen van zijn werk. Ook hij heeft nl. al ondervonden dat niet iedereen even enthousiast is over wat hij maakt. Als je het voor het geld doet vertellen de verkoopcijfers genoeg, maar in het andere geval zal je altijd blijven twijfelen. In het boek vertelt hij ook iets over zijn werkmethode. Die is gestoeld op het principe van actie-reactie. Hij begint met iets waaruit dan iets anders voortkomt en probeert daarbij zo min mogelijk in de weg te lopen. Een beetje het principe van l'écriture automatique dat door de surrealisten werd toegepast. Zijn favoriete schilders zijn nochtans geen surrealisten, hij noemt Francis Bacon voor zijn suggestieve werken en Edward Hopper voor zijn cinematografische kwaliteiten. Leuk is tenslotte dat Lynch verwijst naar een boek over schilderkunst dat hem sterk heeft beïnvloed. Het gaat over The Art Spirit van Robert Henri. Zou daar de sleutel tot het kunstenaarschap in te vinden zijn?

Labels:

maandag, februari 12, 2007

Eigen werk 8


Op de academie heb ik onlangs nog dit schilderij afgewerkt. Afmetingen 90 op 70, techniek acryl op katoen. Voor de onderschildering heb ik weer de techniek van de 3 transparante lagen toegepast. De deklaag is dit keer niet erg dekkend, zodat je vooral het geel, maar ook deels nog het rood kan zien. Op aanraden van leraar Koen Vos heb ik ze met een grove borstel aangebracht, heel vrij. De kleuren zijn erg vuil, kwestie van de felle onderlagen af te zwakken. De wolk die uit het oor komt was een hele uitdaging. Wat denken jullie ervan?

Labels:

zaterdag, februari 10, 2007

Schilderleie


Vorige zondag ben ik nog eens op stap geweest in de schilderachtige Leiestreek. Aanleiding was een tip die ik van het e-atelier kreeg via Ilse Jansoone. In het Museum Dhondt Dhaenens in Deurle was namelijk werk te zien van oude bekende Marcel Van Eeden en van nieuwlichter Matthieu Ronsse. Bovendien vond in het Raveelmuseum in Machelen-Zulte een tentoonstelling plaats met werk van enkele van mijn favorieten, nl. Robert Devriendt en Vincent Gyskens. Eerst naar Deurle. Bij aankomst was ik net op tijd voor een performance van Matthieu Ronsse. Die bestond uit zeer luide muziek, gepleegd in een constructie die een copie van zijn appartement in Gent bleek te zijn. Hij heeft daar zelfs een tijdje gewoond, kwestie van rustig zijn schilderijen te kunnen ophangen zeker? De sporen van zijn verblijf waren in ieder geval aanwezig: een vuile vaat, drogende kleren, een beslapen bed etc. De schilderijen waren moeilijker te vinden, een deel ervan hing gewoon op het toilet (zie foto) en sommige zaten verstopt achter hoekjes en kantjes. Weinig eerbied voor eigen werk, zeg maar. En bij veralgemening weinig respect voor de huidige sacralisering van het schilderij als object. Dat laatste is inderdaad misplaatst in een tijd dat het maken van een schilderij er door diverse technieken stukken eenvoudiger is op geworden. In een tijd ook waar de beelden ons om de oren vliegen, en het dus op een schilderijtje meer of minder niet steekt. Ironisch is dat terwijl Ronsse het schilderij wil degraderen tot dagdagelijks gebruiksobject, zijn eerste show in galerij Hoet-Bekaert al op voorhand helemaal was uitverkocht. En dat was zeker niet omdat zijn schilderijen goedkoop waren! Tijdens de performance van Matthieu Ronsse vluchtten moeders met lawaaigevoelige baby’s naar de zaal met werk van Marcel Van Eeden. Daar stond de tafel gedekt voor een brunch, stel je voor. Maar er was nog plaats genoeg om de installatie van Van Eeden te bewonderen (klik hier voor een foto). Die bestond uit tientallen ingekaderde tekeningen in houtskool, meestal op A5-formaat. Die beelden naar verluid het “hiervoormaals” uit van de kunstenaar, d.w.z. de tijd voor zijn geboorte. Dat doet hij door het gestandaardiseerd natekenen van foto’s en illustraties afkomstig uit boeken en magazines van de jaren 30 tot 50. Ook de tekstfragmenten op de tekeningen komen daaruit, hoewel ze niet noodzakelijk passen bij de tekeningen. Eventuele reeksen worden doorbroken en afgewisseld, waardoor merkwaardige verhaallijnen ontstaan. De werken dompelen je onder in de nostalgie naar een andere tijd, veel visuele samenhang is daar niet voor nodig. Een gouden tip: je kan Marcel Van Eeden zijn on-going beeldinventarisatie van het verleden volgen op zijn blog, het is trouwens via die weg dat ik zijn werk heb leren kennen. Na nog een vluchtige blik op een selectie uit de vaste collectie ben ik op het parkeerterrein mijn boterhammetjes gaan opeten. Om daarna op de ingeslagen weg verder te rijden, naar Machelen-Zulte. De tijdelijke expositie in het Raveelmuseum heette “De toets”, maar had niets met wiskunde of mondharmonica’s te maken. Bedoeling was om te laten zien dat de penseelstreek nog altijd actueel is in de schilderkunst. Onder andere vanuit de idee dat het toch nog steeds dat is wat schilderkunst uniek en aantrekkelijk maakt (zie ook de uitspraken van Michael Borremans daarover). Niet toevallig wordt dit gegeven geëxploreerd in het Raveelmuseum, Roger Raveel weet heel wat af van de toets en het is kenmerkend voor zijn werk dat zich in één enkel schilderij een gans scala van toetsen voordoet: fijn, grof, glad, pasteus etc. De afzonderlijke mogelijkheden werden mooi geïllustreerd door zijn werk, maar ook door dat van anderen, bv. door doeken van materieschilder Eugène Leroy, borstelexperimenten van Gerhard Richter, gladgeschilderde minischilderijen van Robert Devriendt, vlezige verfhuiden van Vincent Geyskens. Vooral deze twee laatste konden mijn goedkeuring wegdragen, het zijn gewoon supergoede figuratieve schilders. Daarna heb ik nog met plezier rondgelopen in de vaste collectie van Raveel, wat een monumentale werken heeft die man toch gemaakt (klik hier voor een foto)! Veel volk was er niet, er was dan ook geen fuif of mosseldiner. Er was gewoon een goeie show, meer moet dat niet zijn.

Labels: