vrijdag, november 10, 2006

Kunstpraat 4


Ondertussen stuitte ik op nog meer interessante beschouwingen over schilderijen versus foto’s. Ze zijn van Duane Keiser, die een blog heeft over schilderen als aanvulling op een andere, zeer succesvolle, blog waarop hij piepkleine stillevens verkoopt (zie afbeelding). Hij staat helemaal achter het idee dat schilderijen superieur zijn aan foto’s. Volgens hem zijn ze niet alleen een integratie van beelden en gezichtspunten, maar evengoed het resultaat van niet-visuele zintuiglijke gewaarwordingen. Wat het visueel aspect betreft, vertaalt een schilderij beter dan een foto de werking van ons oog. Dat filmt een scène eerder dan dat het er een foto van neemt. Gebruiken we dus onze ogen om een schilderij te maken i.p.v. een foto dan kan dat alleen maar beter zijn. Toch erkent hij dat het gebruik van foto’s door schilders mooie resultaten kan geven (ook hier wordt weer naar Vermeer verwezen), het hangt er gewoon van af wat je met de foto’s doet. Het exact kopiëren van een foto vindt hij in ieder geval zinloos. Zelf denk ik dat gans deze discussie met de voortschrijdende mogelijkheden van fotomanipulatie zinloos gaat worden. Tenzij we het resultaat van die manipulaties schilderijen zouden gaan noemen en het begrip foto beperken tot de onbewerkte viusuele registratie van een specifiek moment op een specifieke plaats. Er blijft natuurlijk altijd één ding dat moeilijk na te bootsen valt en dat is het effect van verf op doek. In een interview met FlashArt zegt Michael Borremans dat juist dat aspect schilderijen zo verleidelijk maakt. Ook hij vindt trouwens dat film veel dichter bij schilderen staat dan fotografie. Hoewel hij voornamelijk van foto’s vertrekt, verwijst hij naar sommige van zijn werken die op films gebaseerd zijn. Wat mij betreft is Borremans in ieder geval een mooi voorbeeld van een artiest die de foto’s waarop hij zich baseert weet te overstijgen. Hij doet dat naar eigen zeggen door eerst te tekenen, waarbij hij elementen uit verschillende bronnen (lees foto's) met elkaar combineert. Dat samplen is echt iets van deze tijd en laat zich volgens hem uitstekend in schilderijen vertalen. Door het gebruik van verf op doek als medium is het resultaat telkens zodanig uniek, dat elke schilder automatisch avant-garde is. En dat iedereen anders schildert is alleen maar leuk voor de toeschouwer en verklaart makkelijk het huidig succes van de schilderkunst. Het is dat Borremans het gezegd heeft!

Labels:

zaterdag, september 16, 2006

Kunstpraat 3

"Du musst beim Malen aufpassen, dass du das Malen nicht lernt". Deze uitspraak vond ik terug in een oud nummer van Kunsthart. Het is een citaat van de Duitse schilder Markus Lüpertz, aangehaald door Werner Mannaers. Makkelijk gezegd natuurlijk, als je het schilderen wellicht al lang onder de knie hebt. Niet echt bemoedigend ook voor ons, amateur schilders, die uit alle macht het ambacht proberen aan te leren op de academie. Hoewel, het programma dat ik volg op de Gentse academie huldigt wat dat betreft het Just In Time principe: je maakt je een bepaalde techniek pas eigen als je hem nodig hebt. Kwestie van geen creatief kostbare tijd te verliezen. Enfin, ik denk dat die mijnheer Lüpertz eigenlijk bedoelt dat schilderen geen formule mag worden. We moeten vermijden dat de schilderkunst niet meer evolueert, dat er geen nieuwe dingen meer worden gemaakt. Normen steken echter voortdurend weer de kop op, maar gelukkig zijn er altijd weer schilders die daar tegenin gaan. Een mooie manier om dat te doen is bv. met opzet lelijk beginnen schilderen. In hetzelfde nummer van Kunsthart wordt naar deze aanpak verwezen naar aanleiding van een expo van Pjeroo Roobjee. Blijkt dat deze methodiek Bad Painting wordt genoemd. Schilders als Magritte in zijn période vache worden als voorlopers beschouwd, en een aantal van mijn favorieten worden ertoe gerekend, nl. Julian Schnabel, Sigmar Polke en Philip Guston. Ook de zgn. Nieuwe Wilden met o.a. Martin Kippenberger. Wie zou momenteel nog durven beweren dat dit slechte schilders zijn? Grappig is dat ondertussen het ouderwetse academische schilderen als Bad Painting wordt beschouwd. Helaas is dat nog niet op alle academies of bij alle amateur schilders doorgedrongen. Symptomatisch zijn cursussen zoals bv. "Leer schilderen met Bob Ross" die daar handig op inspelen. Conclusie: we moeten leren om niet teveel te leren.

Labels:

zaterdag, juni 10, 2006

Kunstpraat 2

In het kader van een publicatie van het FotoMuseum heeft men het in HART van 1/6 over "de plek aan de muur waar een beroemd schilderij had gehangen". Je zal het maar voorhebben, als muur, dat je de Mona Lisa mocht torsen. En dat die dan ineens weer ergens anders wordt gehangen, zoals ooit gebeurde in het Louvre. Muren hebben oren, maar als ze ook konden praten! In hetzelfde nummer van HART ook volgende uitspraak van Marc Ruyters: "Het werk van Raveel is essentieel om de toekomst te begrijpen", naar aanleiding van zijn boek "Roger Raveel en de nieuwe visie". Dat heeft de toekomst van de Belgische schilderkunst, in de persoon van Michael Borremans, goed begrepen. In een recente uitzending van het VRT nieuws bekende hij een groot bewonderaar van Raveel te zijn. Ik denk dat ik dat boek maar eens ga kopen.

Labels:

zaterdag, mei 13, 2006

Kunstpraat 1

Bijna dagelijks hoor of lees ik intrigerende uitspraken over kunstenaars en schilders. Die komen in deze rubriek aan bod. In HART van 11/5 zegt beeldhouwer Franz West het volgende: " In bijvoorbeeld het calvinisme waren beeldhouwwerken verboden, in tegenstelling tot schilderkunst dat geapprecieerd werd omwille van zijn narratieve capaciteiten". Waarmee hij wil zeggen dat beeldhouwwerken moeilijker een boodschap kunnen overbrengen. Maar hij bedoelt dat positief, het laat beeldhouwers toe om "elke vorm van ideologie te vermijden". Nog een leuke over beeldhouwen, opgetekend door de beeldhouwer John Chamberlain: "Sculpture is something you back into while you're looking at a painting".

Labels: