vrijdag, augustus 08, 2008

Daar bij die Rode Molen

Van mijn vriendin kreeg ik voor mijn verjaardag een ticket voor de Moulin Rouge. In Parijs, jawel. Een must voor de ware toerist, een topattractie van de lichtstad. Jessie ging uiteraard mee en stipt om 20u stonden we samen met Amerikanen, Russen en Japanners in de rij. In een gigantische zaal met honderden tafeltjes kregen we een mooie plek toegewezen. En een halve fles champagne, die ik helemaal alleen verzet heb, want mijn vriendin drinkt momenteel geen alcohol. Wat volgende was een wervelende show van blote borsten en benen en pluimen en rokken en glamour en glitter. Franse chançons bezongen op frivole wijze de liefde in Parijs, in het Engels werd de bevrijding van Parijs door de Amerikaanse GI’s herdacht. Uiteraard werd de French Cancan gedanst, al 119 jaar gaan in de Moulin Rouge de lange rokken omhoog en omlaag op de beroemde muziek van Jacques Offenbach. Tussendoor traden acrobaten, een dresseur van kleine paardjes, een goochelaar en een meesterlijk jongleur op. Uit het podium rees zelfs een gigantisch aquarium op waarin een halfnaakte vrouw worstelde met zeeslangen. Werkelijk spectaculair allemaal, we hebben echt genoten van zoveel kitsch en camp. Maar uiteraard kwamen we niet helemaal naar Parijs voor wat halfnaakte vrouwen met pluimen in hun gat. Onze werkelijke beweegreden was de schilder Peter Doig, waarvan een expositie liep in het Musée de l’Art Moderne. Voor wie hem niet kent: de man is toch al twintig jaar bezig en was ooit zelfs genomineerd voor de Turner prijs. Ik zag al eens een schilderij van hem in New York, enkele jaren geleden. Maar het is de eerste keer dat zoveel schilderijen van hem worden samengebracht, eerst in de Tate in Londen, tot 14 september in Parijs en daarna in Frankfurt. Het gaat om grote doeken, over het algemeen landschappen met een figuur of een gebouw erin. Meestal uitgewerkt in felle maar transparante kleurvlakken, soms in sterk contrast met een donkere voor- of achtergrond. Een uitbundig gebruik van de mogelijkheden van verf: er wordt geveegd en gekliederd en gespat dat het een lieve lust is. Als je dicht bij een werk gaat staan word je meegezogen in een draaikolk van vlekken en kleuren en strepen, een soort psychedelische verftrip. De schilder maakt graag gebruik van fotografische effecten zoals halos, solarisaties, filters. Eigenlijk dienen die om los te komen van het oorspronkelijk bronmateriaal. Dat bestaat vooral uit foto’s en filmstill’s. In een documentaire op de expo laat Doig een koffer vol prentkaarten, eigen foto’s, knipsels enzovoort zien. Ze zijn opzettelijk mishandeld, een onderdeel van zijn werkmethode. Er komen voorstudies aan te pas, waaronder merkwaardig genoeg ook etsen. De werken verwijzen dikwijls naar Canada en Trinidad, waar de schilder langdurig verbleef. Ze zijn echter niet ter plekke gemaakt maar in zijn studio in Londen. Alweer een onderdeel van zijn aanpak: de fysieke afstand schept de noodzakelijke mentale afstand. In de toekomst wil hij daarin nog verder gaan door het bronmateriaal zelfs weg te laten. Enkel nog uit zijn herinnering werken, met het geheugen als filter. Zijn ultiem streven zijn tijdloze schilderijen, die niet meer aan een bepaald onderwerp vasthangen. Zo blijven enkel universele thema’s bovendrijven: de mens in het landschap, het gebouw en het landschap, de mens en de natuur. Romantische thema’s als je het mij vraagt. Er zijn op de expo sprookjesachtige scènes te zien zoals “Grande Rivière” en “Gasthof zur Muldentalsperre”. Laatstgenoemd werk bevat een verwijzing naar Doig’s vroegere job, het schilderen van decors voor de opera. Ik hou enorm van de schilderijen met de “sweetie colors” en “snowy effects”, zoals “Blotter” en “Reflection (What does your soul look like)”. Ze zijn fluffy en licht en maken een mens vrolijk. Een vaag weergegeven figuur in een kano komt regelmatig terug (bijvoorbeeld “100 Years Ago”) en zou gebaseerd zijn op een still uit “Friday the 13th”. “Pinto” is een schattig schilderijtje, met een paard waarvan de vacht op die van een orka lijkt. Heel goed zijn de werken gebaseerd op beeldmateriaal van een appartementsgebouw van Le Corbusier. Het gebouw is maar deels te zien door de bomen waardoor het is omringd, het bos doet dienst als filter. Het gebouw is licht en kleurig en strak, de bomen zijn donker en zwierig weergegeven. “Briey (Concrete Cabin” en “Concrete Cabin” (foto) zijn echt meesterlijk. De werken gebaseerd op beelden uit Trinidad, spreken mij wat minder aan. Sommige ervan zien er expressionistisch uit, ik moest bij “J.M. at Paragon” aan Gaugain denken (die veel werk heeft gemaakt op Haiti). Alles bijeen maakt Doig erg pure schilderijen, er wordt echt geverfd en het ziet er soms bijna abstract uit. Maar in de zee van verf duiken altijd weer gebouwen en figuren op. De figuren dwalen rond in een decor dat geheel uit kleur is opgetrokken. Ook als toeschouwer is het aangenaam toeven in zo’n wereld. Erg feeëriek, zoals Parijs en de Moulin Rouge.

Labels: