zondag, april 01, 2007

Transitorium


Ergens naar toe rijden om er welgeteld één galerij te bezoeken is niet mijn gewoonte. Je weet namelijk op voorhand dat je langer onderweg dan ter plaatse zal zijn. Soms weet je echter dat het de moeite gaat zijn. Of je gaat omdat je de kunstenaars persoonlijk kent. Beide situaties deden zich deze zaterdag voor, dus trok ik eerst naar Mariakerke en daarna naar Mechelen. In Mariakerke was er een expo onder de curieuze naam De kleren van de keizer. Het werk van Jacques ’t Kindt was daar te zien, één van de leraars schilderkunst op de academie. Ik ben altijd erg nieuwsgierig om het werk van een leraar te zien, eigenlijk wil je vooral nagaan of de kritiek die hij op jouw werk geeft wel gerechtvaardigd wordt door de kwaliteit van zijn eigen werk (grapje). Dat was hier zeker geen probleem. Toch vond ik het lastig dat ik er geen lijn in kon ontdekken, ik kreeg schilderijen te zien die varieerden van hyperrealistisch tot geometrisch abstract en er waren zelfs beeldhouwwerken van zijn hand. Wellicht had dat met het opzet van de expo te maken, zijnde een confrontatie van Jacques zijn werk met dat van zijn studenten. Dat was namelijk even gevarieerd, je kon a.h.w. bij elk werk van hem een passend werk van een student hangen. Dat was in praktijk ook zo gedaan, maar met werk van tien studenten wordt het zo al snel een boeltje. Bovendien had ik van sommige studenten op de academie al beter werk gezien, bv. van Jeroen Boute. Of meer werken bijeen, bv. van Sarah Van de Vijver. Wel tof vond ik de installatie met schetsen in de Mondriaan zaal. Enfin, zo ben ik toch eens in het Centrum voor Jonge Kunst geweest. De zin om naar Galerij Transit in Mechelen te trekken was nu wel aangescherpt. Het waren de schilderijen van Luc Dondeyne die mij naar daar lokten, temeer daar ik een voorgaande show van zijn werk in Transit al eens had gemist. En ik kan u zeggen: het zijn schone schilderijen. Dondeyne baseert zich op foto’s, maar manipuleert al schilderend het oorspronkelijk beeld. Door zowel inhoudelijke als vormelijke wijzigingen bekomt hij vreemde taferelen die de verbeelding prikkelen. Op een bepaald werk staat een jongen met iets wat op een knalpot lijkt, maar door het weglaten van identificerende details kon het even goed iets totaal anders zijn. Een ander werk toont een grappige verkleedpartij, de schoenen van één van de personages zijn echter zodanig geschilderd dat ze aan de grond lijken vast te plakken. In het boekje bij de tentoonstelling (verkrijgbaar voor amper 5 Euro) legt de schilder de moeilijkheid uit van dergelijke aanpak. Teveel suggestie en je werk wordt anekdotisch genoemd, te weinig en men zegt dat je gewoon wat foto’s naschildert. In ieder geval is zijn methode intussen klassiek. Schilders als Tuymans en Borremans doen net hetzelfde en bij de buitenlandse schilders past iemand als Eric Fischl krak dezelfde principes toe. De resultaten zijn echter serieus verschillend, dat is nu net het leuke. Dat komt o.a. door de individuele toets van de schilder, bij Dondeyne is die bv. redelijk impressionistisch. De eigenaar van de galerij stuurde mij na mijn bezoek verder de stad in. Door tijdsgebrek kwam ik zo voor een dilemma te staan: of een expo in het nieuwe centrum voor actuele kunst De Garage of een expo met foto’s van Marcel Mariën in een tijdelijke galerij. Uiteindelijk koos ik voor het laatste, een show ingericht door France Lejeune Fine Arts onder de titel Ne faites pas attention à la photographie. Ingericht was wel het juiste woord, speciaal voor de tentoonstelling kreeg de benedenverdieping van een Mechelse burgerwoning een interieur uit de jaren 30 (of was het 40 of 50?) met vuilroze behang, groene fluwelen gordijnen en aangepast meubilair. Ganse muren waren bedekt met Mariën zijn foto’s en collages en er stonden diverse vitrinekasten gevuld met zijn objecten. Volgens de aanwezige mevrouw (France Lejeune?) was het de bedoeling om de sfeer in Mariën’s huis terug op te roepen. Zij had de man namelijk persoonlijk gekend en was er meermaals aan huis geweest. Met die aanpak wou ze benadrukken dat hij zijn werk als huisvlijt bestempelde. De meer bekende surrealist René Magritte dacht er trouwens net zo over en schilderde zelfs in zijn living. De werken van Mariën waren lekker surrealistisch: een clash van vrouwelijk naakt en christelijke symboliek met grappige titels. Huisvlijt oké, maar dan toch zeer amusant.

Labels: