zondag, juli 15, 2007

De actuele kunst herontdekt

Dit artikel is ook verschenen op Urbanmag.

In 2002 was ik erbij op Documenta 11, maar ik wist niet wat ik ervan moest denken. Ik hield het maar op “goed” en kocht een T-shirt om te bewijzen dat ik naar een belangrijk kunstevenement was geweest. Nu, 5 jaar later, ben ik op Documenta 12 en dit keer weet ik het zeker: deze Documenta is goed, zeer goed zelfs.

De vorige edite was hiermee vergeleken een wanordelijke boel, slecht georganiseerd, overbevolkt en onoverzichtelijk. Ik herinner mij vooral veel video’s, die meestal over politieke kwesties gingen en dusdanig meer weg hadden van documentaires. Die werden vertoond in kleine hokken met amper 5 zitplaatsen die uiteraard allemaal steeds bezet waren. Erg vermoeiend. En de vraag bleef of dit nu werkelijk de stand van zaken was in de hedendaagse kunst. Documenta 12 stelt zich deze vraag ook, alle Documenta’s stellen zich die vraag. Alleen krijgen we dit keer een duidelijk antwoord. Neen, zeggen de curatoren Buergel & Noack, deze Documenta toont niet de hedendaagse kunst die u kent, ze toont u een mogelijke, alternatieve hedendaagse kunst. Ik leg even uit waarom.

Geen circus van grote merken

De hedendaagse kunst is een circus van grote merken geworden. Vergelijk het met Hollywood en de bekende acteurs van het moment. Die worden in quasi elke film opgevoerd, kwestie van de investering veilig te stellen. Er bestaat een beperkt aantal format’s waaraan moet worden voldaan. Een alternatief filmcircuit bestaat, maar moet het met subsidies stellen. Idem dito in de hedendaagse kunst. Ik vind het daarom bijzonder moedig van de curatoren om minder bekende kunstenaars op te voeren die buiten het marktcircuit heel goed werk maken. Een alternatieve actuele kunst die niet door marketing wordt bepaald. “Name dropping”, één van mijn favoriete bezigheden op tentoonstellingen, was hier totaal niet aan de orde. Bevrijdend eigenlijk, voor mezelf maar ook voor de kunst: de werken spraken gewoon voor zichzelf.

Meer kunst van minder kunstenaars

Beter veel werk van weinig kunstenaars dan weinig werk van veel kunstenaars. Er worden meerdere werken van elke kunstenaar getoond, weliswaar verspreid over verschillende locaties, maar toch dikwijls meerdere werken per locatie. Zo kan de bezoeker een oeuvre beoordelen ipv een werk, volgens mij een veel interessantere vorm van risicospreiding. Het toont ook aan dat de curatoren werkelijk geloven in de geselecteerde kunstenaars, ze durven er onomwonden meerdere werken van tentoonstellen. Zoals gezegd worden de werken niettemin over meerdere locaties verspreid. Daardoor vormt elke locatie een mooie staalkaart van de selectie. En het principe “herhaling is de basis van onderwijs” doet zijn werk.

Oud maar niet versleten

Er zijn oude filmacteurs die nog lang niet uitgespeeld zijn, zo is al meermaals gebleken in de filmwereld. Ook Documenta 12 toont nogal wat ouder werk, werk van nog levende kunstenaars uit de jaren 60 en 70 bijvoorbeeld maar er is zelfs een werk te zien uit de 14de eeuw. De curatoren willen ermee aantonen hoever terug de artistieke roots van sommige hedendaagse kunstwerken wel gaan. Deze point wordt mooi geïllustreerd in het Schloss Wilhemshöhe, waar de actuele werken boudweg tussen de werken van Rubens, Van Dyck en Rembrandt zijn opgehangen. Het gaat ook om werk dat ofwel in zijn tijd onvoldoende werd gerespecteerd ofwel ten onrechte vergeten werd. Het is een onverholen kritiek op de huidige werking van de kunstmarkt die kunstenaars verslijt in een verschroeiende zoektocht naar steeds nieuwe dingen.

Het is de ervaring die telt

De curatoren hechten veel belang aan wat zij de “ervaringsruimte” noemen. Concreet komt dat neer op een mooie esthetische presentatie van de werken. Weg met de witte museale ruimte met het koele neonlicht. De muren mogen al eens in het rood of in het groen geverfd worden, er wordt gewerkt met gedempt natuurlijk licht en er is voldoende ademruimte tussen de werken. Soms lijken de werken daardoor speciaal voor de ruimte gemaakt, terwijl het waarschijnlijk net omgekeerd is. Sommige kunstenaars vullen elkaar mooi aan of vormen een interessant contrast, er wordt dan ook naar hartenlust gecombineerd. Een andere, maar zeker niet minder efficiënte manier om een ervaringsruimte te scheppen. Er wordt in elk geval geen ruimte afgestaan ten voordele van ticketverkoop, bookshop, garderobe of zelfs toilet. Al deze functies worden in containers buiten de gebouwen of constructies geplaatst.

Blank & zwart, man & vrouw

Er wordt werk getoond uit alle werelddelen, hoewel de helft toch nog van Europese makelij is. Ook vrouwelijke kunstenaars doen mee, wellicht speelt hier de invloed van de vrouwelijke curator. In elk geval worden deze kunstenaars niet als excuustruus opgevoerd, het gaat om echt goede kunstenaars met een zelfstandig opgebouwd oeuvre dat verder weinig uitleg hoeft. De betrokken kunstenaars geven uitdrukking aan lokale kwesties die ver van ons bed staan en ze doen dat op een manier die artistiek soms vreemd overkomt. Maar onbekend is onbemind en geduld is een schone deugd. Het rijk van de blanke mannelijke kunstenaar loopt op zijn laatste benen. En vergeet het tegen elkaar uitspelen van landen zoals op de Biënnale van Venetië. Er is trouwens maar één Belgische deelnemer en het is een vrouw (m.n. Lili Dujourie).

De details maken het verschil

Er mag al eens aandacht zijn voor niet-artistieke details als bewegwijzering naar ingangen, toiletten e.d. Alles wordt hier aangeduid in hetzelfde originele lettertype op een witte ondergrond. De bordjes bij de werken zijn netjes in twee talen en enkel waar echt nodig wordt een gepaste tekstuele uitleg toegevoegd. Geen enkel praktisch detail lijkt over het hoofd te zijn gezien, incl. de beperkte maar efficiënte brochure, de originele want chronologische cataloog. De merchandising is zeer beperkt, er is amper iets meer te krijgen dan de cataloog en de obligate prentkaart.

Hoe zit het met de schilderkunst?

Er is op Documenta 12 niet de overdreven aandacht voor schilderkunst die we momenteel kennen. Die aandacht stoelt deels op het feit dat schilderijen interessant zijn als hanteerbaar en dus verhandelbaar object. Het schilderij als reactie op het conceptuele tijdperk waar het idee belangrijker was dan het resultaat. Lees er bv. de catalogustekst bij Pushing the Canvas maar eens op na en je weet wat ik bedoel. Dat betekent niet dat de schilderkunst afwezig is op Documenta, ze is echter gewoon aanwezig als één van de vele vormen die de hedendaagse kunst kan aannemen. Het gaat alweer om onbekenden, waarvan Juan Davila voor mij de grootste ontdekking is. Deze Australische kunstenaar van Chileense afkomst is al meer dan dertig jaar actief en brengt provocerende scènes in een boeiende mengvorm van stijlen. Verder zijn mij opgevallen: Kerry James Marshall, Lukas Duwenhögger, Yan Lei, Xie Nanxing, Monika Baer en Jürgen Stollhaus.

Wat hebben we geleerd vandaag?

De curatoren hebben vooraf duidelijk gesteld dat de bezoeker van Documenta 12 iets zou leren. Wat mij betreft hebben ze gelijk gekregen. Ik heb geleerd dat er nog een andere hedendaagse kunst bestaat dan deze die we kennen en dat deze meer dan ooit uit andere werelddelen en van het andere geslacht komt. Dat een kunstwerk niet zomaar op zichzelf staat maar zijn plaats kent in een oeuvre en bovendien een esthetische presentatie verdient. Dat het niet alleen de schilderkunst is die telt. Dat we ook van kunst kunnen genieten zonder een bookshop. Wat me ook opviel is dat iedereen lustig aan het schrijven en fotograferen was, de herinnering aan Documenta kon dus op een niet-materiële manier mee naar huis worden genomen. Al moet ik toegeven dat ik ook deze keer een T-shirt heb gekocht. Kwestie van op informele wijze te kunnen bewijzen dat ik erbij was.

Labels:

1 Comments:

Anonymous Anoniem said...

Ja, waarschijnlijk dus het is

9:23 p.m.  

Een reactie posten

<< Home