zondag, mei 18, 2008

Odyssee van een kunstliefhebber

Toen ik als 19-jarige VUB-student het Museum voor Moderne Kunst in Brussel bezocht zag ik voor het eerst werk van Jan Cox. Ik was er direct mee weg, de getoonde schilderijen waren groot, kleurig, figuratief en expressief. Dat ze verwezen naar Griekse mythen wist ik toen nog niet, maar het zou mij weinig meerwaarde hebben opgeleverd. Magisch realisme kende ik wel, en dat was genoeg. Wat ik niet kon weten was dat ik het beste van Cox al had gezien en dat latere ontmoetingen met zijn werk mij alleen maar zouden teleurstellen.

Ik herinner mij nog een kleine expo ik-weet-niet-meer-waar met vooral grafisch werk. Interessant, maar niet dezelfde ervaring als in het museum. En in 1996 was er de monografie "Jan Cox" van het Gemeentekrediet. Met dat boek was al iets mis. Het bestond uit een collectie essay's over de schilder, zonder veel samenhang en met veel overlap. Een cataloog van zijn werk ontbrak, de afbeeldingen waren gekozen in functie van de bijdragen. Bekende reeksen kwamen er enkel gefragmenteerd en onvolledig in voor. Van de vijf monumentale werken van de Ilias die in het bezit zijn van het Museum voor Moderne Kunst vond ik er in het boek amper drie terug, respectievelijk op pagina 51, 53 en 187. Wat een afknapper!

In het boek zag ik wel reproducties van vroeger werk en hoewel ik dat niet slecht vond, bleven toch vooral de schilderijen uit de Ilias reeks mij aanspreken. Hij maakte die toen hij na een min of meer mislukte carrière in Amerika terugkeerde naar Antwerpen en daarbij werd opgevist door Adriaan van Raemdonck van galerij De Zwarte Panter. Hij creëerde toen ook de Martelgang, een reeks bijna abstracte schilderijen over het lijden van Christus. Van Raemdonck pikte de kunstenaar op net wanneer deze onder andere door persoonlijke problemen het onderste uit zijn artistieke kan haalde. Een kunststukje dat hij op dat moment ook al met andere schilders had opgevoerd, onder andere met Fred Bervoets.

Toen de expo "Jan Cox, Profiel van een kunstenaarschap" in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen werd aangekondigd waren mijn verwachtingen hooggespannen. Eindelijk zouden we ze krijgen, de grote overzichtstentoonstelling. Als opwarmer werd op Canvas de documentaire "Jan Cox, a painter's odyssey" uit 1988 getoond. Een film met een mooie chronologische opbouw en met als orgelpunt de Antwerpse periode. Op dus naar het museum in Antwerpen. Al snel blijkt dat de expo geen chronologisch overzicht van Cox' werk geeft, maar net als het boek thematisch is opgevat. Een aantal van de schilderijen die ik het liefst wil zien hangen tussen vroeger werk. Gelukkig is zowel de Ilias als de Martelgang gegroepeerd gebleven. Maar wat een slechte ophanging! De werken hangen veel te dicht opeen, je kan het ene werk niet bekijken zonder nog het andere te zien. In de zaal met de Martelgang is het gevoel van overdaad het ergst, waarschijnlijk door het lage plafond. Waar de Ilias reeks hangt valt het nog mee, dankzij de vele lichtkoepels. Maar ook daar hangt alles te dicht bij elkaar. Bovendien lijken er enkele van de werken uit het Museum voor Moderne Kunst te ontbreken. Heel spijtig!

In de eerste zaal is nog wat werk uit de Antwerpse periode te zien, ook in de kelder hangen er nog een paar. De andere schilderijen, van voor en tijdens zijn verblijf in Amerika, tonen een zoekende kunstenaar. Voor hij naar Amerika lijkt hij beïnvloed te worden door zowat alle schilders uit zijn tijd. In Amerika daarentegen gaat hij tegen elke stroming in. Op het moment dat abstractie er hoogtij viert houdt hij vast aan figuratie. Werken uit die tijd zijn op de expositie helaas oververtegenwoordigd. In de kelder staan ook Cox' assemblages. Die zijn al helemaal oninteressant en erg storend is de akoestiek van de ruimte. Dat komt omdat juist daar een door de schilder becommentarieerde slideshow van zijn werk wordt getoond. Abominabel.

Het gunstige beeld dat ik als jongeling van de kunstenaar had is door deze expo dus niet terug gekomen. Misschien moet ik nog eens naar het Museum voor Moderne Kunst om een werk uit de Ilias reeks in goede omstandigheden te zien. En om te vergeten dat deze schilder ooit ook minder goed werk maakte. En dat ik een slechte expositie van hem heb gezien in het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Vergeven is echter makkelijker dan vergeten...

Labels:

donderdag, mei 08, 2008

Eigen werk 19

De beste acrylverf vind je zeker niet bij Talens. Je betaalt er een stuk minder voor maar toch vraag ik me af of je met een duurder merk als bijvoorbeeld Golden niet beter af bent. Daar zit zoveel pigment in de verf dat je er gewoon minder van nodig hebt. Bovendien krijg je onversneden pigmenten in plaats van mengsels die de oorspronkelijke kleur slechts benaderen. Het zou me daarom niet verbazen dat vooral amateur schilders Talens verf gebruiken. Zij zijn minder kwaliteitsbewust en willen bovendien een scherpe prijs. De amateurschilders vormen ook een veel grotere groep dan de professionals, wat de prijs natuurlijk nog verder drukt. Iets wat die stelling zeker kracht bijzet is de Talens wedstrijd. Die richt zich expliciet tot de amateur schilder. Hoewel ik geen Talens verf gebruik, voelde ik mij aangesproken en besliste om dit jaar eens deel te nemen. Gezien de lage kwaliteit van de winnende werken gedurende vorige jaren dacht ik makkelijk door de voorronden te geraken. Vol goede moed ging ik het doek van 50 op 50 halen. Dat moest verplicht gebuikt worden, ondanks de moeilijkheden van een vierkant formaat. Thema was "Vreemdgaan toegestaan". Ruim te interpreteren, zowel met de gebruikte materialen als met het onderwerp kon een bevreemdend effect worden beoogd. Zelf zocht ik het in het onderwerp. Ik wou al lang iets aanvangen met de "Drie gratieën" van Rubens. Dat schilderij hangt in het Prado in Madrid en zo kwam ik op het idee om de dames te laten ontsnappen naar Benidorm en ze daar in een hotelzwembad te posteren. Het resultaat zie je hiernaast, titel is "Vamos a la playa", kwestie van het "gaan" in "vreemdgaan" in de titel te krijgen. Toen ik de andere werken in Kunsthart zag hangen meende ik werkelijk een zeer goede kans te maken. Helaas, pindakaas. Anderen werden geselecteerd. Zou de jury amateuristisch te werk gegaan zijn? Of moest juist echt amateuristisch werk worden voorgetrokken? Misschien had ik wel teveel mijn best gedaan? Het juryverslag maakt mij alvast niet veel wijzer. Ook op de organisatie zijn een paar dingen aan te merken. De meeste schilderijen hingen scheef omdat ze één oogvijs als ophangsysteem hadden. Een werk hing zelfs omgekeerd, iets waarop ik de organisatie nog gewezen heb. Waarna mij nota bene werd gevraagd om te helpen bij het omdraaien van het ophangsysteem. Zal ik het zeggen Walter? Ja, ik doe het toch: een amateuristische wedstrijd, die Talens wedstrijd! Of ben ik echt een slechte verliezer?

Labels: